Injecteren is vaak routine. Juist daardoor sluipen kleine afwijkingen er makkelijk in: een naald die “even” op het werkblad blijft liggen, een naaldcontainer net buiten handbereik, of opruimen tijdens een druk moment. Veel prikaccidenten gebeuren niet tijdens het prikken zelf, maar erna: bij afvoeren, opruimen of het hanteren van gebruikte materialen. De mogelijke gevolgen zijn groot: niet alleen lichamelijk risico op bloedoverdraagbare infecties, maar ook stress, vervolgonderzoek en organisatorische afhandeling.
Een aanpak die werkt, combineert twee kanten van dezelfde medaille: passend materiaal én duidelijke werkafspraken. In dit artikel vindt u 7 stappen die u kunt vertalen naar een praktisch protocol voor uw afdeling, praktijk of thuiszorgroute.
Kernpunten
-
De meeste incidenten ontstaan bij opruimen en afvoeren.
-
Zet de naaldcontainer binnen armlengte van de handeling.
-
Activeer veiligheidssystemen direct na gebruik, zonder extra handelingen.
-
Gebruik alcoholdoekjes en injectiepleisters als vaste set.
-
Borg afspraken met training, controle en incidentanalyse.
Waar ontstaan prikaccidenten meestal?
Een prikaccident is een verzamelterm voor prik-, snij-, spat- en bijtaccidenten waarbij bloed of potentieel besmet materiaal in contact komt met een medewerker. In de praktijk ligt de nadruk vaak op prikken door naalden, maar ook spatten op slijmvliezen of niet-intacte huid horen erbij. Het helpt om risico’s niet alleen “bij de injectie” te zoeken, maar in de hele keten.
Veelvoorkomende risicomomenten zijn:
-
Het wisselen van naalden of het losmaken van een naald van een spuit.
-
Het opruimen van de werkplek terwijl u al aan het volgende moment denkt.
-
Afvoeren in een volle, slecht geplaatste of lastig bereikbare naaldcontainer.
-
Handelingen tijdens onrust: een bewegende patiënt, afleiding door collega’s of telefoon, of tijdsdruk.
-
Onzekerheid over wie wat doet: wie vult containers bij, wie meldt incidenten, wie evalueert.
Zodra u deze momenten herkent, kunt u maatregelen kiezen die het risico aan de bron verminderen. Dat is meestal effectiever dan “extra opletten” vragen.
Welke materialen helpen bij veilig injecteren?
Veilig injecteren wordt makkelijker als materialen logisch op elkaar aansluiten en u niet hoeft te improviseren. Denk aan een vaste set per behandelplek of per tas (bij wijkzorg): spuit/naald, alcoholdoekje, injectiepleister, gaasje, handschoenen waar nodig en een goed bereikbare naaldcontainer.
In de categorie injectiematerialen van Remka vindt u onder meer (veiligheids)naalden, spuiten en toebehoren zoals naaldcontainers en injectiepleisters: /injectiematerialen/.
Alcoholdoekjes (alcohol swabs)
Alcoholdoekjes worden gebruikt om de huid snel te reinigen vóór een injectie, afhankelijk van uw lokale protocol. Het praktische voordeel is voorspelbaarheid: u werkt met een schoon, eenmalig verpakt doekje en hoeft geen fles en gaasje te combineren. Voorbeelden op Remka zijn o.a. Alkotip alcoholdoekjes (klein formaat) en vergelijkbare swabs.
Voorbeeldpagina (product): /alkotip-alcoholdoekjes-klein-30-x-65-mm-100-stuks.html
Injectiepleisters
Injectiepleisters zijn bedoeld om het prikpunt na de injectie af te dekken, vooral als er een klein beetje nabloedt of wanneer u comfort wilt bieden. Het voorkomt dat u “even” een willekeurige pleister moet zoeken, wat onnodige loopbewegingen en afleiding geeft.
Categoriepagina: /injectiematerialen/injectie-toebehoren/injectiepleisters/
Naaldcontainers
De naaldcontainer is onderdeel van de handeling, niet de opruimfase. Als de container buiten handbereik staat, stijgt de kans dat gebruikte naalden tijdelijk worden neergelegd. Kies een prikbestendige container met duidelijke vulmarkering en zorg voor een vaste, logische plek.
(Veiligheids)naalden en spuiten
Veiligheidsnaalden of spuiten met veiligheidsnaald kunnen bijdragen aan risicoreductie, maar alleen als het team het mechanisme goed kent en consequent activeert. Materiaalkeuze is daarom altijd gekoppeld aan instructie en oefening.
Vergelijking in één oogopslag
| Moment in het proces | Materiaal dat helpt | Waar het vaak misgaat |
|---|---|---|
| Voorbereiden | Spuit/naald + alcoholdoekje klaarleggen | Spullen zoeken tijdens de handeling |
| Injecteren | Passende naald/spuit, eventueel veiligheidsvariant | Afleiding, onrust, onhandige houding |
| Afronden | Injectiepleister/gaasje, direct afvoeren | Naald ‘even’ neerleggen, container te ver |
Deze tabel is bewust praktisch gehouden. Uw lokale protocollen en de handeling (subcutaan, intramusculair, etc.) bepalen de details.
7 stappen om prikaccidenten te voorkomen
Onderstaande stappen zijn bedoeld als werkafspraak op de vloer: wat doet u standaard, wat spreekt u af, en wat legt u vast.
Stap 1: Maak risicomomenten zichtbaar (ook bijna-incidenten)
Start niet met een uitgebreid document, maar met de werkelijkheid. Verzamel twee weken lang korte signalen: volle containers, naalden op het werkblad, dopjes naast de container, of onduidelijkheid bij opruimen. Dit geeft u een eerlijk beeld van waar het mis kan gaan. Leg niet alleen incidenten vast, maar ook bijna-incidenten; die zijn vaak een betere voorspeller van risico.
Praktische tip: bespreek in het team één vast moment per week twee voorbeelden. Kort, zonder schuldvraag.
Stap 2: Richt de werkplek in vóór u begint
Veilig injecteren lukt het best als u tijdens de handeling niet hoeft te lopen, draaien of zoeken. Richt de werkplek zo in dat u alles binnen handbereik heeft:
-
Spuit/naald(en) en toebehoren klaar.
-
Alcoholdoekje binnen handbereik.
-
Injectiepleister of gaasje klaar.
-
Naaldcontainer binnen armlengte, op een vaste plek (niet op de grond).
Kleine aanpassingen leveren vaak veel op. Een container die 1–2 meter verder staat, lijkt onbelangrijk, maar zorgt in drukte juist voor ‘tijdelijk neerleggen’.
Stap 3: Werk volgens vaste hygiëne-afspraken
Infectiepreventie en prikaccidentpreventie lopen door elkaar. Als u tijdens de injectie wisselt tussen ‘schoon’ en ‘gebruikt’ materiaal, wordt de kans op fouten groter. Zorg dat iedereen dezelfde basisstappen volgt volgens lokaal protocol:
-
Handhygiëne op de juiste momenten.
-
Schone werkplek.
-
PBM waar dat bij de handeling past.
Het doel is rust en voorspelbaarheid: één manier van werken, zodat afwijken meteen opvalt.
Stap 4: Kies materiaal dat past bij handeling én team
Materiaal is niet “altijd beter” omdat het moderner is. Het moet passen bij de context:
-
Past de aansluiting bij uw werkwijze (bijvoorbeeld vergrendelend waar dat nodig is)?
-
Is het veiligheidsmechanisme intuïtief en goed te activeren met handschoenen?
-
Gebruikt iedereen hetzelfde type in dezelfde ruimte?
Beperk variatie waar dat kan. Voor invalkrachten en stagiairs is consistentie een veiligheidsmaatregel.
Stap 5: Beperk extra handmanipulaties na de prik
Veel risico ontstaat door extra handelingen met gebruikte naalden. Leg als team vast wat u niet doet:
-
Geen recappen.
-
Niet buigen of breken.
-
Niet demonteren om ‘ruimte te maken’.
Werk toe naar één vaste routine: na de injectie zo snel mogelijk het veiligheidsmechanisme activeren (als dat aanwezig is) en de naald/spuit direct afvoeren.
Stap 6: Organiseer afvoer als proces, niet als incident
Afvoer faalt meestal door organisatie: te weinig containers, verkeerde plek, onduidelijke vervanging of “te vol” pas laat zien. Maak het concreet:
-
Vaste locaties per kamer of tas.
-
Vaste controle: bijvoorbeeld per dienst of per spreekuur.
-
Vaste grens voor vervangen (niet pas bij ‘propvol’).
-
Heldere afspraak wat wel/niet in de container hoort.
Ook handig: spreek af wie de vervanging doet. Als “iedereen” verantwoordelijk is, is vaak niemand dat.
Stap 7: Borg met training, observatie en terugkoppeling
Preventie blijft alleen werken als u het onderhoudt. Dat hoeft niet zwaar te zijn:
-
Inwerkkaart voor nieuwe medewerkers met foto van de juiste opstelling.
-
Korte oefening bij nieuwe materialen (zeker bij veiligheidsmechanismen).
-
Periodieke observatie: één collega kijkt een keer mee en geeft feedback.
-
Bespreek incidenten en bijna-incidenten op een vaste plek in het overleg.
Maak de drempel om te melden laag. Meldingen zijn geen ‘falen’, maar input om het systeem beter te maken.
Praktijkcase
In een huisartsenpraktijk was de naaldcontainer in de gang geplaatst “omdat dat netter is” en omdat men dacht dat een container in de behandelkamer onhandig zou zijn. In drukte liep de assistente met een gebruikte spuit naar de gang. In dezelfde periode werd twee keer een gebruikte naald op het werkblad aangetroffen. Bij evaluatie bleek dat niemand structureel de vulgraad controleerde; containers werden vervangen als ze echt vol waren.
Het team paste twee concrete maatregelen toe: in elke behandelkamer kwam een naaldcontainer binnen armlengte, op een vaste plek. Daarnaast werd afgesproken dat de kamerhouder aan het einde van elk spreekuur de vulgraad checkt en bij de markering wisselt. Ook werd het ‘vaste setje’ ingevoerd: alcoholdoekje en injectiepleister lagen standaard klaar in dezelfde lade.
Na een maand bleek dat het tijdelijke neerleggen van gebruikte naalden vrijwel verdween, vooral omdat afvoer onderdeel werd van de handeling.
Als het toch misgaat: wat legt u vast na een prikaccident?
Ook met goede preventie kan er een prikaccident gebeuren. Dan wilt u geen discussie aan de balie of op de gang, maar één duidelijke route. Leg in uw procedure vast:
-
Waar meldt een medewerker zich direct (wie is aanspreekpunt)?
-
Welke eerste hulp stappen horen bij uw protocol (en wie beoordeelt vervolg)?
-
Welke gegevens legt u vast over het incident (wat, waarmee, wanneer, bron wel/niet bekend)?
-
Wie schakelt bedrijfsarts/arbodienst of SEH in volgens uw afspraken?
-
Hoe volgt u de landelijke richtlijn en lokale protocollen voor risicobeoordeling en vervolg?
Houd het voor de werkvloer simpel: meld altijd, laat beoordelen volgens procedure, en ga niet zelf ‘inschatten’.
Conclusie: zo houdt u veilig injecteren vol
Prikaccidenten voorkomen vraagt niet om meer haast of harder werken, maar om een slimme inrichting van het proces. De grootste winst zit vaak in kleine, voorspelbare keuzes: een naaldcontainer binnen handbereik, een vaste set met alcoholdoekje en injectiepleister, en een routine waarbij u na gebruik direct afvoert zonder extra handelingen. Koppel materiaalkeuze aan instructie en zorg dat uw afspraken terugkomen in inwerken, controleren en bespreken.
Als u de 7 stappen vertaalt naar een korte werkinstructie per ruimte of tas, wordt veilig injecteren een gewoonte die ook standhoudt op drukke dagen. Remka kan hierbij ondersteunen met injectiematerialen en toebehoren die passen bij uw werkproces.
Bekijk ons assortiment in deze categorie of neem contact op voor productadvies.
Disclaimer Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting voor zorgprofessionals. Volg altijd de geldende medische richtlijnen en lokale protocollen. Raadpleeg bij twijfel een arts/specialist.
FAQ
1) Wat is het belangrijkste moment om prikaccidenten te voorkomen?
Vaak zit het risico na de injectie: opruimen en afvoeren. Daarom is afvoer aan de bron en een logisch geplaatste naaldcontainer zo belangrijk.
2) Wanneer heeft een veiligheidsnaald of veiligheidsmechanisme echt meerwaarde?
Als het team het mechanisme kent, oefent en het consequent direct na gebruik activeert. Zonder training en routine blijft het effect beperkt.
3) Waarom helpt een vaste set met alcoholdoekje en injectiepleister?
Omdat u minder hoeft te zoeken of te lopen. Minder afleiding en minder loopbewegingen verkleinen de kans dat gebruikte naalden tijdelijk worden neergelegd.
4) Wat moet ik als medewerker doen na een prikaccident?
Volg uw lokale procedure: meld direct en laat het risico beoordelen door de aangewezen professional volgens de afspraken in uw organisatie.






























