Zoeken

Zo kiest en gebruikt u een medische weegschaal met vertrouwen

23 februari 2026

Wegen lijkt eenvoudig: patiënt erop, getal aflezen, klaar. In de praktijk zit er meer achter. Het gewicht wordt gebruikt voor het volgen van vochtbalans, doseringen, voedingsbeleid en het beoordelen van trends. Dan wilt u kunnen vertrouwen op het instrument én op de manier waarop er gewogen wordt. In dit artikel leest u hoe u een medische weegschaal kiest die past bij uw toepassing, hoe u herkent of een weegschaal aan de metrologische eisen voldoet, en welke dagelijkse routines meetfouten voorkomen.

Kernpunten

  • Kies klasse III voor beslissingen; IIII alleen indicatief.

  • Controleer groene M-markering, niet alleen CE.

  • Let op resolutie: volwassenen, kinderen en baby’s verschillen.

  • Voorkom contact met omgeving; weeg vrijstaand en stabiel.

  • Leg onderhoud vast: controles, kalibratie en herijking.

Wanneer is een weegschaal ‘medisch’ en waarom maakt dat uit?

In de zorg wordt gewicht vaak gebruikt als meer dan een administratieve waarde. Het is een klinische meetwaarde: u vergelijkt met eerdere metingen, u bepaalt of iemand vocht vasthoudt of afvalt, en u gebruikt het als input voor beleid. Juist daarom is het belangrijk dat de weegschaal geschikt is voor de medische toepassing.

Meten voor beleid vraagt om aantoonbare betrouwbaarheid

Als het gewicht alleen “ongeveer” hoeft te kloppen (bijvoorbeeld voor een globale inschatting), kan een grovere meting voldoende zijn. Maar zodra u het gewicht gebruikt voor observatie, diagnose of medische behandeling, wilt u dat het instrument is ontworpen en beoordeeld voor dat doel. Dat gaat niet alleen over nauwkeurigheid, maar ook over herleidbaarheid en controleerbaarheid.

CE is niet altijd hetzelfde als ‘geschikt voor wegen in de zorg’

Veel apparatuur draagt een CE-markering. Dat kan verschillende richtlijnen afdekken (bijvoorbeeld elektrische veiligheid of elektromagnetische compatibiliteit). Voor medische weeginstrumenten is er daarnaast een metrologische beoordeling: daarbij horen herkenbare markeringen en een nauwkeurigheidsklasse. Het is dus verstandig om niet te stoppen bij “er staat CE op”, maar te checken of het om de juiste markering voor medisch wegen gaat.

Zo herkent u een weegschaal die voldoet aan de metrologische eisen

Een snelle controle op de werkvloer helpt om misverstanden te voorkomen—zeker als weegschalen worden verplaatst, uitgeleend of tijdelijk op een andere afdeling terechtkomen.

De groene M-markering in de praktijk

Bij medische weeginstrumenten ziet u vaak een combinatie van:

  • CE-markering

  • een groene M (met jaartal)

  • en meestal een identificatie van de instantie die de beoordeling heeft uitgevoerd

Deze combinatie laat zien dat het instrument volgens de metrologische eisen is beoordeeld voor het beoogde gebruik.

Handige tip voor teamafspraken

Maak een simpele afspraak: bij ingebruikname (of bij verhuizing) controleert u altijd “CE + groene M + klasse”. Leg dit vast in een korte werkinstructie of op een label op het apparaat.

Wat u op het typeplaatje of label zoekt

Op of bij de weegschaal vindt u doorgaans informatie over:

  • nauwkeurigheidsklasse (vaak III of IIII)

  • resolutie/schaalverdeling (bijvoorbeeld 0,1 kg of 10 g)

  • maximumcapaciteit (maximaal te wegen gewicht)

Dit zijn geen details voor de technische dienst alleen. Als eindgebruiker helpt het u om in één oogopslag te zien of u het juiste instrument gebruikt voor de situatie.

Klasse III of IIII: welke past bij uw toepassing?

De nauwkeurigheidsklasse zegt iets over de geschiktheid voor toepassingen waarbij het gewicht invloed heeft op zorgbeslissingen. In de praktijk komt u vooral klasse III en klasse IIII tegen.

Klasse III: de standaard voor zorgbeslissingen

Klasse III wordt in veel zorgtoepassingen gezien als de veilige standaard wanneer het gewicht wordt gebruikt voor beleid. Denk aan situaties waarin u trends volgt en waar kleine verschillen ertoe doen.

Voorbeelden waarbij klasse III meestal passend is:

  • dialyse (gewicht als basis voor drooggewicht en vochtmanagement)

  • medicatie of voeding waarbij gewicht een rol speelt

  • systematische trendbewaking (bijvoorbeeld dagelijks wegen op dezelfde manier)

Klasse IIII: geschikt voor indicatie, niet voor beslissingen

Klasse IIII is grover en wordt vooral gebruikt wanneer een indicatieve meting voldoende is. Dat kan prima zijn, zolang iedereen in het team dezelfde verwachting heeft: “dit is een benadering”.

Voorbeelden waarbij klasse IIII soms volstaat:

  • eerste globale inschatting bij opname, als er later nauwkeuriger wordt gewogen

  • situaties waarin het gewicht niet direct leidt tot behandelkeuzes

Het grootste risico met klasse IIII

Het risico is niet dat klasse IIII “fout” is, maar dat de weegschaal ongemerkt wordt ingezet voor een toepassing waarvoor hij te grof is. Dit gebeurt vaak als apparatuur wordt verplaatst of als er op een druk moment “even snel” een alternatief wordt gebruikt.

Hoe kiest u de juiste resolutie voor volwassenen, kinderen en baby’s?

Naast de klasse is de resolutie (schaalverdeling) bepalend voor wat u kunt zien. Een weegschaal die per 0,5 kg meet, kan prima zijn voor een globale inschatting, maar niet voor subtiele veranderingen. Andersom: een zeer fijne resolutie heeft alleen waarde als u ook consequent en correct weegt.

Wat is resolutie en waarom merkt u het direct?

Resolutie is het kleinste stapje waarin de weegschaal het gewicht weergeeft. Bijvoorbeeld:

  • 0,1 kg (100 g) bij volwassenen

  • 10 g bij baby’s

Als u een trend wilt volgen (bijvoorbeeld dagelijks wegen), dan bepaalt de resolutie of u een echte verandering ziet of vooral afronding.

Volwassenen: vaak 0,1 kg of 0,05 kg afhankelijk van gebruik

Voor veel afdelingen is 0,1 kg een werkbare resolutie. In toepassingen waarin kleine veranderingen klinisch relevant zijn (zoals dialyse) wordt vaak een fijnere stap gebruikt, bijvoorbeeld 0,05 kg of 0,1 kg, afhankelijk van het gekozen instrument en uw lokale protocollen.

Kinderen: voorkom dat u “tussen twee stapjes” zit

Bij kinderen kan een grovere resolutie al snel betekenen dat u niets ziet van een echte verandering, zeker bij kortdurende follow-up. Een weegschaal met een passende resolutie voor pediatrie voorkomt dat u achteraf moet concluderen: “we kunnen er eigenlijk weinig mee”.

Baby’s en neonaten: tarra en onderleggers maken het verschil

Bij babyweging speelt ook het gebruik een grote rol. U werkt vaak met een doek, luier, onderlegger of ander hulpmiddel. Dan is tarra (nulstellen met het hulpmiddel) belangrijk om het daadwerkelijke gewicht te meten.

Voor/na-wegen bij borstvoeding

Als u voor/na-wegen gebruikt om een indruk te krijgen van intake, vraagt dat om een weegschaal met fijne resolutie én een strak uitgevoerd weegmoment (zelfde ondergrond, rustig liggen, tarra waar nodig). Het is vooral zinvol als uw team dezelfde werkwijze volgt.

Meetfouten voorkomen: wat u vandaag al kunt verbeteren

De beste weegschaal kan onbetrouwbare waarden geven als de omstandigheden niet kloppen. Veel meetfouten ontstaan door kleine, herkenbare dingen in de omgeving of in de houding van de patiënt.

1) Weeg altijd vrijstaand en zonder contact met de omgeving

Een weegschaal die tegen een muur staat, een stoel die een bedrand raakt, of een patiënt die zich afzet: het lijkt onschuldig, maar het beïnvloedt de meting. Zorg dat de weegschaal vrij staat en dat de patiënt niets anders raakt.

2) Controleer waterpas en nulstand, zeker na verplaatsen

Verplaatsbare weegschalen zijn praktisch, maar vragen discipline. Na verplaatsen is het verstandig om waterpas, nulstand en stabiliteit te controleren. Dit is een van de meest voorkomende oorzaken van onverwachte verschillen tussen dagen of tussen afdelingen.

3) Stoelweegschaal: let op voeten, armleuningen en wielen

Bij stoelweging zijn er drie klassieke aandachtspunten:

  • staan de voeten vrij en niet op de grond of voetsteun?

  • leunt iemand niet op een armleuning die contact maakt met iets anders?

  • zijn wielen en remmen in dezelfde stand als bij eerdere metingen?

Een klein verschil in houding kan meer effect hebben dan u denkt, zeker als u trends volgt.

4) Weeg zoveel mogelijk vergelijkbaar (tijdstip, kleding, hulpmiddelen)

Trends worden pas interpreteerbaar als de weging vergelijkbaar is uitgevoerd. Probeer daarom zoveel mogelijk dezelfde omstandigheden aan te houden: hetzelfde tijdstip, vergelijkbare kleding, dezelfde weegschaal, en dezelfde hulpmiddelen.

5) Weeg kinderen en baby’s met het juiste type instrument

Een volwassen weegschaal met grove resolutie is niet geschikt om kleine veranderingen bij kinderen te volgen. Andersom kan een babyweegschaal in een drukke setting onpraktisch zijn als u onvoldoende rust en stabiliteit kunt organiseren. Kies dus niet alleen op beschikbaarheid, maar op geschiktheid.

Onderhoud en controle: kalibreren, ijken en wat u echt moet organiseren

Onderhoud van weegschalen wordt vaak gezien als “iets voor techniek”. Toch helpt het als u als eindgebruiker de basisbegrippen kent. Dat voorkomt dat u onbedoeld verkeerde verwachtingen heeft, of dat een weegschaal te lang in gebruik blijft terwijl er twijfels zijn.

Kalibratie en controle: aantonen dat de weegschaal goed meet

Kalibratie en periodieke controle gaan over het vaststellen of de weegschaal binnen afgesproken grenzen meet. Hoe vaak u dat doet, hangt af van gebruiksintensiteit, risico en uw kwaliteitssysteem.

Praktisch: maak een eenvoudige route: wie signaleert afwijkingen, waar meldt u het, en wat is de tijdelijke vervanging?

Ijken en (her)verzegelen: wanneer een gecertificeerde partij nodig is

Als een weegschaal wordt aangepast, gerepareerd of zodanig wordt ingesteld dat verzegeling wordt verbroken, dan is vaak een herbeoordeling en (her)verzegeling nodig via een bevoegde partij. In de praktijk betekent dit: niet “even zelf” aan instellingen sleutelen als dat de verzegeling raakt.

Justeren: waarom “even bijstellen” niet altijd zomaar kan

Justeren (bijstellen) kan nuttig zijn als een weegschaal structureel afwijkt, maar het moet passen binnen de regels en uw interne afspraken. Als justeren leidt tot het verbreken van verzegeling, hoort daar een formele stap bij.

Maak het eenvoudig voor de werkvloer

Zorg dat op de afdeling duidelijk is:

  • wanneer u een weegschaal uit gebruik neemt (bij twijfel: liever wel)

  • wie u belt of informeert

  • waar een alternatief staat

Dat voorkomt dat er op drukke momenten toch “even” met een twijfelachtige weegschaal wordt doorgewerkt.

Praktijkcase: onverwachte gewichtsveranderingen door een ‘handige’ verhuizing

Op een interne afdeling werd dagelijks gewogen om trends in vochtbalans te volgen. Door een verbouwing werd de vaste weegschaal tijdelijk verplaatst en kwam er een reserveweegschaal te staan. Iedereen ging door met wegen, maar na een paar dagen viel op dat meerdere patiënten “opeens” een halve kilo lager uitkwamen dan verwacht. Er werden extra controles gedaan en in het dossier ontstond verwarring.

Bij navraag bleek dat de reserveweegschaal een grovere klasse had en na het verplaatsen niet waterpas was gezet. Bovendien wogen sommige collega’s patiënten met een rollator die nét de muur raakte. Na het herstellen van de opstelling (vrijstaand, waterpas, nulcheck) en het terugzetten van de juiste weegschaal voor deze toepassing, werden de trends weer logisch.

De afdeling maakte daarna één eenvoudige afspraak: bij wissel van weegschaal controleert de dienst altijd markering, klasse en opstelling, en wordt de weegschaal gelabeld met “indicatief” of “voor trendbewaking”.

Merkkeuze in de praktijk: let op functie, niet op naam

In de dagelijkse zorg is het prettig als een weegschaal betrouwbaar is, logisch werkt en past bij de ruimte. Merknamen zijn daarbij minder belangrijk dan eigenschappen: passende klasse, duidelijke resolutie, goede stabiliteit en bruikbaarheid voor uw patiëntgroep (staand, rolstoel, stoel, bed, baby).

Als u werkt met één merk binnen uw organisatie kan dat voordelen hebben, zoals herkenbare bediening en uniforme accessoires. Op de Remka-website vindt u het assortiment van seca, inclusief verschillende typen medische weegschalen voor uiteenlopende toepassingen. Kijk hierbij vooral vanuit uw werksituatie: wie weegt u, hoe vaak, met welke hulpmiddelen en met welk doel. Het assortiment staat op: https://www.remka.nl/seca

Tips

  • Kies één vaste weegschaal per toepassing waar mogelijk.

  • Controleer na verplaatsen altijd waterpas en nulstand.

  • Weeg vrijstaand: geen contact met bed, muur of hulpmiddel.

  • Spreek af: zelfde tijdstip en vergelijkbare kleding.

  • Meld twijfel direct en neem de weegschaal tijdelijk uit gebruik.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen naar CE kijken en de groene M vergeten.

  • Klasse IIII gebruiken voor beleid of trendbewaking.

  • Stoelweging met voeten op de grond of steun tegen iets.

  • Kinderen wegen op een volwassen weegschaal met grof stapje.

  • Instellingen aanpassen terwijl verzegeling een rol speelt.

Conclusie

Een betrouwbare weging is een combinatie van de juiste weegschaal en een vaste werkwijze. Kies daarom bewust: controleer of het om een medische weegschaal met de juiste markering gaat, kies een passende klasse (meestal III voor zorgbeslissingen) en let op resolutie voor uw patiëntgroep. Minstens zo belangrijk is het dagelijkse gebruik: vrijstaand wegen, waterpas en nulstand controleren, en consequent dezelfde omstandigheden aanhouden bij trendmetingen. Organiseer daarnaast onderhoud en controle zó dat u bij twijfel snel kunt handelen en de weegschaal niet “net te lang” blijft staan.

Bekijk ons assortiment in deze categorie of neem contact op voor productadvies.

Disclaimer
Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting voor zorgprofessionals. Volg altijd de geldende medische richtlijnen en lokale protocollen. Raadpleeg bij twijfel een arts/specialist.

Veelgestelde vragen

Hoe zie ik of een weegschaal geschikt is voor medische toepassingen?

Let op de combinatie van markeringen op het apparaat, zoals CE en de groene M, en controleer of de klasse en resolutie passen bij uw toepassing.

Wanneer is klasse IIII voldoende?

Klasse IIII is vooral bedoeld voor indicatieve metingen. Zodra het gewicht gebruikt wordt voor beleid, trendbewaking of behandeling, is klasse III doorgaans passender.

Wat is het verschil tussen kalibreren en ijken?

Kalibreren/controle gaat over aantonen of de weegschaal binnen afgesproken grenzen meet. Ijken (en herverzegelen) hoort bij formele metrologische beoordeling en is vaak nodig na ingrepen die de verzegeling raken.

Waarom verschillen wegingen soms tussen afdelingen?

Dat komt vaak door verschillen in weegschaaltype, klasse/resolutie of door gebruiksomstandigheden (waterpas, vrijstaand, houding, hulpmiddelen). Consistente werkwijze en vaste apparatuur helpen dit te verminderen.