Zoeken

Welke spuit en naald passen bij botuline-toxine injecties?

24 december 2025

Botuline-toxine (in de volksmond vaak “botox”) wordt in de cosmetische zorg in kleine volumes toegediend. Juist omdat u met kleine hoeveelheden werkt, telt het materiaal: de spuit moet fijn doseerbaar zijn, de naald moet voorspelbaar prikken, en het geheel moet stabiel aanvoelen in de hand. Een paar tienden milliliter lijken weinig, maar kunnen het verschil maken tussen “netjes volgens plan” en onnodige variatie.

Deze blog helpt u om de materiaalkeuze voor botuline-injecties praktisch te benaderen. U leest welke spuiten en naalden doorgaans worden gebruikt, welke aansluitingen u tegenkomt (zoals Luer-Slip en Luer-Lock), wat “dode ruimte” betekent bij micro-volumes, en waar u op let bij reconstitutie, naaldwissel en veilige afvoer. Het doel is niet om injectietechniek te bespreken, maar om uw set-up voorspelbaar en reproduceerbaar te maken.

Kernpunten

  • Kleine volumes vragen om een duidelijk afleesbare 0,3–1,0 ml spuit.

  • Voor injectie gebruikt men vaak 30–34G naalden.

  • Luer-Lock geeft extra stabiliteit bij losse naalden.

  • Dode ruimte beïnvloedt nauwkeurigheid en verspilling bij micro-volumes.

  • Wissel naalden tussen optrekken en injecteren, werk aseptisch.

Waarom materiaalkeuze bij botuline-injecties zo precies komt

In cosmetische botuline-behandelingen zijn drie factoren bepalend voor de materiaalkeuze: doseerbaarheid, hanteerbaarheid en veiligheid.

Doseerbaarheid gaat over hoe betrouwbaar u kleine volumes kunt aflezen en toedienen. Bij botuline-toxine injecteert u meestal kleine hoeveelheden per prikpunt. Een spuit met te grove schaal of een “stroeve” plunjer maakt het lastig om consequent dezelfde hoeveelheid te geven. Ook micro-luchtbellen zijn relatief zichtbaar en kunnen de afleesbaarheid beïnvloeden.

Hanteerbaarheid gaat over hoe het systeem aanvoelt. Spuitdiameter, grip, plunjerweerstand, en de stijfheid van de naald bepalen samen het “spuitgevoel”. Dat klinkt subjectief, maar in de praktijk betekent het: kunt u rustig werken zonder te veel druk te zetten, en blijft uw handpositie stabiel?

Veiligheid omvat aseptisch werken, naaldwissels, prikaccidentpreventie en afvalafvoer. Bij cosmetische injectables is de workflow vaak strak gepland; standaardisatie in materialen en handelingen helpt om fouten te voorkomen.

Een veelvoorkomende valkuil is dat teams meerdere set-ups door elkaar gebruiken (bijvoorbeeld verschillende spuitvolumes, of vaste versus losse naalden). Dan ontstaat variatie: niet omdat iemand “anders injecteert”, maar omdat de mechaniek van het materiaal verschilt.

Welke spuit gebruikt men meestal bij botuline-toxine?

In de cosmetische zorg ziet u vooral spuiten die ontworpen zijn voor kleine volumes, met een duidelijke schaalverdeling. In grote lijnen zijn er drie praktijksituaties: (1) spuiten met vaste naald, (2) spuiten met verwisselbare naald (Luer), en (3) spuiten die vooral bedoeld zijn om op te trekken/reconstitueren.

1) 0,3–1,0 ml spuiten voor micro-volumes

Voor cosmetische botuline-toxine zijn 0,3 ml, 0,5 ml en 1,0 ml spuiten gangbaar. Het voordeel van deze volumes is dat de schaalverdeling relatief “uitgerekt” is: u ziet kleine stapjes beter en u kunt de plunjer preciezer positioneren.

Praktisch gezien zijn er twee aandachtspunten:

  • Schaal en leesbaarheid: hoe duidelijk zijn de streepjes en cijfers in het behandellicht? Bij routinehandelingen is afleesfout een bekende bron van variatie. Een spuit die u “zonder nadenken” afleest, is vaak de beste keuze.

  • Plunjercontrole: een gelijkmatige weerstand helpt. Te stroef kan leiden tot ‘schoksgewijze’ toediening; te soepel kan het gevoel geven dat u doorschiet.

2) Vaste naaldspuiten: eenvoud en vaak minder restvolume

Spuiten met vaste (geïntegreerde) naald worden vaak gekozen omdat ze snel werken: u hoeft geen naald te bevestigen, er is minder kans op lekkage bij de koppeling en het systeem voelt stabiel. Daarnaast is de dode ruimte vaak kleiner dan bij een losse naald met grotere hub.

Het nadeel is dat u minder flexibel bent. Als u dezelfde spuit gebruikt voor optrekken en injecteren, kan de naald minder scherp worden (bijvoorbeeld na contact met rubber). In de meeste workflows is het daarom juist prettig dat u bij losse naalden wél eenvoudig kunt wisselen.

3) Luer-spuiten (losse naald): flexibel en goed te standaardiseren

Werkt u met losse naalden, dan kiest u meestal voor een 1,0 ml spuit met Luer-aansluiting. Dit is praktisch als u tussen reconstitutie/optrekken en injectie altijd een naaldwissel doet. U kunt dan een functionele optreknaald gebruiken en daarna een fijne injectienaald.

Binnen Luer ziet u twee varianten:

  • Luer-Slip (opdruk): snel, maar kan bij sommige handbewegingen minder “vergrendeld” aanvoelen.

  • Luer-Lock (schroef): geeft vaak meer zekerheid dat de naald vastzit, vooral wanneer u naalden wisselt en wanneer u merkbaar tegendruk voelt.

Als u in het team wilt standaardiseren, is Luer-Lock vaak het meest voorspelbaar: dezelfde handeling, dezelfde koppeling, minder kans dat iemand “net niet goed” aandrukt.

4) Let op dode ruimte en ‘low dead space’ opties

Dode ruimte is het volume dat achterblijft in de spuitpunt en in de naaldhub wanneer u de plunjer helemaal indrukt. Bij micro-volumes kan dat relatief veel lijken. Dit kan twee effecten hebben:

  1. Verspilling: u houdt relatief meer vloeistof achter in het systeem.

  2. Onbewuste compensatie: sommige behandelaren trekken extra op “voor de zekerheid”, waardoor het voorbereidingsvolume per patiënt kan verschillen.

Spuiten en naalden met lage dode ruimte (low dead space) verminderen dit effect. Het belangrijkste is niet dat u de dode ruimte tot nul reduceert, maar dat u weet hoe uw set-up zich gedraagt en dat u dit consistent houdt.

Welke naalden gebruikt men bij botuline-injecties in het gezicht?

Bij cosmetische botuline-injecties kiest men doorgaans een fijne naald. Dat helpt bij controle en comfort. De uiteindelijke keuze hangt af van uw werkwijze (vaste of losse naald), de handligging en de mate waarin u stijfheid nodig heeft om gecontroleerd te prikken.

Dikte (gauge): vaak 30–34G

In de cosmetische praktijk worden voor botuline-toxine vaak 30G, 31G, 32G, 33G of 34G naalden gebruikt.

  • 30G is vaak een praktische balans tussen stijfheid en comfort. De naald is doorgaans stevig genoeg om precies te sturen.

  • 31–34G kan iets fijner aanvoelen, maar wordt soms als kwetsbaarder ervaren (sneller buigen, gevoeliger voor “meeveren”). Dat is niet per se een probleem, zolang u er comfortabel mee werkt en de naald bij uw handelingen past.

Een belangrijk punt: een hogere gauge (dunner) betekent ook een kleinere binnendiameter. Dat kan de injectiesnelheid beïnvloeden en het gevoel van tegendruk vergroten. Als u merkt dat u extra druk moet zetten, kan dat ten koste gaan van controle.

Lengte: vaak rond 12–13 mm, soms korter

Voor cosmetische botuline-injecties ziet u vaak naalden rond 12–13 mm. Kortere naalden worden ook gebruikt, afhankelijk van behandelgebied en voorkeur. Het praktische doel is dat u comfortabel kunt werken zonder “te veel naald” in de hand.

De exacte lengte is minder belangrijk dan de combinatie van:

  • stabiele handpositie,

  • voldoende zicht op de insteekplaats,

  • en een naald die niet onnodig buigt.

Bevel (slijping) en punt: klein detail, merkbaar verschil

Naalden verschillen niet alleen in gauge en lengte, maar ook in de punt/slijping (bevel). In de dagelijkse praktijk merkt u dat vooral aan:

  • de mate waarin de naald “pakt” op de huid,

  • het comfort bij insteken,

  • en de kans op ongewenst scheef buigen.

U hoeft hier niet te technisch op in te gaan. Wat wel helpt: kies binnen uw team één naaldtype met voorspelbaar gedrag, en wissel niet steeds tussen merken/modellen met een ander “prikgevoel”.

Vaste naald versus losse naald: wat past bij uw workflow?

Vaste naald

  • Minder handelingen, vaak minder kans op lekkage bij de koppeling.

  • Regelmatig lage dode ruimte.

  • Minder flexibel: naaldwissel is niet mogelijk.

Losse naald (Luer)

  • Flexibel: u wisselt na reconstitutie/optrekken naar een injectienaald.

  • Eenvoudig standaardiseren: één spuit, verschillende naalden voor verschillende stappen.

  • Let op stabiliteit van de koppeling en dode ruimte in de hub.

Als u merkt dat collega’s verschillen in comfort en controle, zit het verschil vaak niet in de techniek, maar in deze set-upkeuze.

Reconstitutie en optrekken: zo houdt u het proces stabiel

De voorbereiding van botuline-toxine is in veel protocollen strak beschreven (productinformatie en lokale afspraken). Los van merkspecifieke stappen zijn er algemene materiaalkeuzes die het proces voorspelbaar maken.

Gebruik een aparte optreknaald en wissel daarna

Een praktische standaard is:

  • reconstitutie en/of optrekken met een aparte naald die daar geschikt voor is,

  • vervolgens wisselen naar een fijne injectienaald.

Dit voorkomt dat u injecteert met een naald die mogelijk minder scherp is geworden. Bovendien werkt het logistiek prettig: u houdt reconstitutie “functioneel” en injecteren “precies en comfortabel”.

Micro-luchtbellen: klein, maar hinderlijk bij aflezen

In kleine spuiten vallen micro-luchtbellen meer op. Ze beïnvloeden vooral de afleesbaarheid en kunnen u dwingen om opnieuw te ontluchten. En dat kost tijd en vergroot de kans dat iemand per ongeluk net iets anders voorbereidt.

Praktische aandachtspunten zonder techniekadvies te geven:

  • Trek rustig op, zodat u minder turbulentie creëert.

  • Controleer vóór de behandeling of de schaal goed zichtbaar is in uw behandellicht.

  • Kies een spuit waarbij u luchtbellen makkelijk ziet en eenvoudig kunt verwijderen.

Consistente set-up voorkomt ‘compensatiegedrag’

Wanneer teams variëren in dode ruimte of in spuitvolume, ontstaat soms compensatie: iemand trekt iets extra op, of drukt net iets verder door. Dat is zelden bewust. Het is vooral een gevolg van onduidelijke standaard.

Een eenvoudige kwaliteitsmaatregel is om per behandelkamer één vaste set (spuit + injectienaald) als standaard te gebruiken, en daar in het team dezelfde werkwijze op af te spreken.

Hygiëne en veiligheid: wat het materiaal hierbij ondersteunt

Bij cosmetische injectables is de handeling klein, maar de randvoorwaarden zijn groot. Materiaalkeuze kan u helpen om veilig en efficiënt te werken.

Aseptisch werken begint bij een overzichtelijke opstelling

Een standaard opstelling in de behandelkamer verkleint de kans op fouten. Denk aan:

  • steriele materialen pas openen wanneer u ze nodig heeft,

  • een schoon werkveld met duidelijke ‘schoon-vuil’ scheiding,

  • en gebruikte naalden direct in de naaldencontainer.

Prikaccidenten: voorkom onnodige handelingen

Elke extra handeling met een ontblote naald vergroot risico. Daarom helpt het om:

  • het aantal ‘overpakmomenten’ te beperken,

  • naaldwissels bewust en rustig uit te voeren,

  • en materialen zo neer te leggen dat u niet hoeft te zoeken.

In sommige organisaties zijn veiligheidsnaalden standaard. In cosmetische toepassingen worden ze niet altijd gebruikt vanwege precisie en fijne gauges, maar het is zinvol om dit periodiek te toetsen aan uw lokale veiligheidsbeleid.

Traceerbaarheid en eenduidigheid

Zeker bij injectables is het belangrijk dat u volgens protocol registreert wat nodig is (bijvoorbeeld voor interne traceerbaarheid). Materiaalstandaardisatie helpt ook hier: als iedereen met hetzelfde systeem werkt, is het makkelijker om afwijkingen te herkennen en te bespreken.

Praktijkcase

In een cosmetische behandelkamer merkte een team dat de resultaten bij frons- en voorhoofdsbehandelingen wisselden tussen behandelaren. Niet zozeer door verschil in benadering, maar door verschil in set-up. De één gebruikte een 0,3 ml spuit met vaste naald, de ander een 1,0 ml Luer-spuit met losse naald. Bij evaluatie bleek vooral de afleesbaarheid van micro-volumes en het restvolume in de naaldhub een rol te spelen. Met de losse naald bleef er telkens een klein restvolume achter. Sommige behandelaren trokken daardoor onbewust nét iets meer oplossing op “om zeker te zijn”. Daarnaast voelde de Luer-Slip koppeling soms minder stabiel, waardoor men bij het injecteren extra tegendruk gaf.

Het team standaardiseerde vervolgens naar één set: een 1,0 ml spuit met duidelijke schaalverdeling, een Luer-Lock aansluiting en een vaste afspraak: reconstitutie/optrekken met een aparte naald, daarna altijd wisselen naar een fijne injectienaald. Het resultaat was vooral organisatorisch: minder variatie in voorbereiding, meer rust aan de stoel en een beter reproduceerbaar proces.

Tips & veelgemaakte fouten

  • Te grote spuit kiezen waardoor micro-volumes lastig af te lezen zijn.

  • Geen naaldwissel doen tussen optrekken en injecteren.

  • Luer-Slip onvoldoende stevig aandrukken, met instabiliteit als gevolg.

  • Dode ruimte negeren en daardoor onbewust ‘extra’ voorbereiden.

  • Verschillende set-ups per behandelaar toestaan zonder teamafspraak.

Wat neemt u morgen mee naar de behandelkamer?

De keuze voor spuiten en naalden bij botuline-toxine is vooral een keuze voor reproduceerbaarheid. In de praktijk werkt een klein spuitvolume (meestal 0,3–1,0 ml) prettig door de betere afleesbaarheid. Voor de injectie zelf kiest men doorgaans een fijne naald (vaak 30–34G) met een lengte die comfortabel en controleerbaar is, geregeld rond 12–13 mm. Het grootste verschil maakt u vaak niet met ‘nog dunner’, maar met standaardisatie: één set-up, consequent naaldwisselen en bewust omgaan met dode ruimte.

Wilt u specifiek insulinespuiten met naald bekijken voor dit type toepassingen, dan vindt u een overzicht via: https://www.remka.nl/injectiematerialen/injectiespuiten-met-naald/insulinespuiten/

Voor spuiten met naald (zonder veiligheidsnaald) kunt u hier terecht: https://www.remka.nl/injectiematerialen/injectiespuiten-met-naald/zonder-veiligheidsnaald/

Een breder overzicht van spuiten vindt u via: https://www.remka.nl/injectiematerialen/spuiten/

Voor naalden en varianten per toepassing: https://www.remka.nl/injectiematerialen/naalden/

Remka kan de complete set-up leveren. Kunt u iets niet vinden, neem dan contact op. We helpen u graag.

Bekijk ons assortiment in deze categorie of neem contact op voor productadvies.

Deze informatie is bedoeld als algemene voorlichting voor zorgprofessionals. Volg altijd de geldende medische richtlijnen en lokale protocollen. Raadpleeg bij twijfel een arts/specialist.

FAQ

Welke spuitmaat wordt in de cosmetische praktijk het meest gebruikt?

Meestal kiest men een klein volume (0,3–1,0 ml), omdat u daarmee kleine hoeveelheden beter kunt aflezen en doseren. Wat het beste past hangt samen met uw workflow (vaste of losse naald) en de gewenste leesbaarheid.

Welke naalddikte wordt vaak gebruikt bij botuline-injecties in het gezicht?

In de praktijk zijn fijne naalden gebruikelijk, vaak in de range 30–33G. De keuze hangt af van de gewenste stijfheid en het comfort, en van het gevoel van tegendruk bij het injecteren.

Waarom wisselt men vaak van naald tussen optrekken en injecteren?

Omdat de optrek-/reconstitutienaald een andere functie heeft dan de injectienaald. Door te wisselen blijft de injectienaald scherper en werkt u hygiënischer binnen een gestandaardiseerde workflow.

Is Luer-Lock noodzakelijk, of volstaat Luer-Slip?

Beide komen voor. Luer-Lock geeft vaak meer zekerheid bij naaldwissels en bij handbewegingen waarbij u tegendruk voelt. Als u merkt dat stabiliteit wisselt tussen behandelaren, kan Luer-Lock helpen om variatie te verminderen.

Hoe voorkomt u variatie door dode ruimte?

Door één spuit-naaldcombinatie te standaardiseren in het team en, waar passend, te kiezen voor opties met lage dode ruimte. Het belangrijkste is dat iedereen met hetzelfde systeem werkt en hetzelfde proces volgt.