Vrouwelijke blaas, anatomisch model
De Erler Zimmer K245 toont de vrouwelijke blaas met aangrenzende structuren. De relatie tussen blaas, urethra, bekkenbodem en omliggende organen is gemodelleerd, zodat onderwijs over urineopslag en mictie in een vrouwspecifieke context mogelijk wordt.
Vrouwelijke blaasanatomie
De vesica urinaria toont de detrusormusculatuur in drie spierlagen, de trigonum vesicae met de twee uretermondingen en de blaashals (collum vesicae). De vrouwelijke urethra is kort en loopt vrijwel rechtuit naar het ostium urethrae externum, in tegenstelling tot de mannelijke urethra die een S-vormig verloop kent. De omliggende structuren zijn de uterus, de vagina en het rectum. De bekkenbodem met diafragma pelvis en de fascia endopelvina vormt de onderste begrenzing. De ligamenten van de blaas, met name het ligamentum pubovesicale, zijn aangeduid als steunstructuren.
Onderwijscontext
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, urologie, gynaecologie, bekkenfysiotherapie, verpleegkunde en continentieverpleegkunde voor uitleg over de vrouwspecifieke aspecten van blaasfunctie. Urologen, gynaecologen en bekkenfysiotherapeuten zetten het in bij patiëntvoorlichting over stressincontinentie, urge-incontinentie, blaasprolaps (cystocèle), recidiverende cystitis en interstitiële cystitis. Bij operatieve voorlichting over TVT, TOT en colposuspensie ondersteunt het de uitleg waarom de korte vrouwelijke urethra meer kwetsbaar is voor urineverlies. In bekkenfysiotherapie-opleidingen verheldert het de werking van bekkenbodemtraining op blaascontrole.








