Beenskelet (femur, tibia, fibula, voet)
De onderste extremiteit functioneert als kinematische keten: heup, knie, enkel en voet werken samen tijdens lopen, hardlopen en springen. Voor onderwijs over deze keten biedt een compleet beenskelet didactische context die op afzonderlijke modellen verloren gaat. De Erler Zimmer 6062 toont alle botten van het bovenbeen tot de tenen.
De onderste extremiteit als geheel
Het model bevat de femur (met femurkop, hals, trochanteren, condyli), de patella, de tibia (met tibiaplateau, tuberositas tibiae, mediale malleolus), de fibula (met fibulakop en laterale malleolus), en de complete voet met alle 26 botten. De articulaties tussen deze botten, heupgewricht, kniegewricht, tibiofibulair gewricht (proximaal en distaal), enkelgewricht, en de voetarticulaties, zijn anatomisch correct weergegeven. Voor onderwijs over kinetische ketens, gangpatronen en biomechanica vormt deze totaalweergave een centraal didactisch hulpmiddel.
Toepassing op de werkvloer
Sportartsen, sportfysiotherapeuten en orthopeden gebruiken het model bij voorlichting over multiniveau-pathologieën zoals Q-hoek-problematiek (heup-knie samenhang) of patellofemoraal pijnsyndroom. In opleidingen sportgeneeskunde, fysiotherapie en bewegingswetenschap biedt het didactische continuïteit voor lessen over de onderste keten. Voor revalidatieteams die werken met patiënten na complexe ingrepen biedt het de complete anatomische context.
Voor specialistische bewegingstherapie
Bij bewegingsanalyse van complexe casussen zoals een patiënt met cerebrale parese, na een CVA met hemiparese, of met chronische overbelastingsletsels van de hele kinetische keten, biedt een compleet beenskelet een didactische totaalweergave. Voor revalidatieartsen en specialistische fysiotherapeuten ondersteunt het multidisciplinaire patiëntenbesprekingen en behandelplan-uitleg.








