Armskelet met spiermarkering
De Erler Zimmer 6020 toont een armskelet met op de botoppervlakken de oorsprong en aanhechting van de armspieren gemarkeerd: rood voor oorsprong, blauw voor aanhechting. Voor onderwijs over functionele anatomie van de arm biedt deze kleurcodering directe didactische winst.
spierbot relaties op de arm
Op de humerus zijn de aanhechtingen zichtbaar van onder andere de m. deltoideus (tuberositas deltoidea), de rotator cuff (tuberculum majus en minus), de m. pectoralis major (laterale rand sulcus intertubercularis), en de elleboogflexoren en -extensoren rond de epicondyli. Op de radius en ulna zijn de aanhechtingen van de pro- en supinatoren te zien, plus de origines van handflexoren en -extensoren. Op de hand zijn de aanhechtingen van intrinsieke handspieren als de mm. lumbricales en de m. abductor pollicis brevis gemarkeerd.
Toepassing op de werkvloer
Voor sportgeneeskunde- en sportfysiotherapieopleidingen biedt het model didactische diepte bij lessen over werperoverbelasting, tennis- en golferselleboog en handpathologie. Sportverzorgers en personal trainers gebruiken het bij voorlichting over gericht spierversterkend werk. In opleidingen ergotherapie ondersteunt het lessen over compensatiebewegingen na armletsel. Voor verzekeringsartsen die specifieke spierfunctieclaims beoordelen biedt het concrete context.
Bij krachttrainingonderwijs
In personal traineropleidingen en sportkundige curricula is begrip van waar specifieke spieren ontspringen en aanhechten cruciaal voor het ontwerpen van gerichte trainingsschema's. Op de Erler Zimmer 6020 zien studenten waarom een bicepscurl primair de m. brachialis en m. biceps brachii activeert maar ook ondersteund wordt door de m. brachioradialis.








