Scapula (schouderblad), losse uitvoering
De Erler Zimmer 3084 is een afzonderlijk model van de scapula. De scapula is een driehoekig plat bot dat samen met de clavicula de schoudergordel vormt en als ophangsysteem fungeert voor de bovenste extremiteit.
Praktijktoepassing
Aan de laterale zijde toont de scapula de cavitas glenoidalis: het ondiepe gewrichtsoppervlak waarmee de humeruskop articuleert in het glenohumerale gewricht. Boven de cavitas ligt de processus coracoideus (aanhechting m. coracobrachialis, m. pectoralis minor en caput breve van m. biceps brachii) en het acromion, het laterale uiteinde van de spina scapulae dat samen met de clavicula het acromioclaviculaire (AC) gewricht vormt. De spina scapulae deelt het dorsale oppervlak in een fossa supraspinata (m. supraspinatus) en een fossa infraspinata (m. infraspinatus). Het ventrale oppervlak (facies costalis) toont de fossa subscapularis voor de m. subscapularis.
Waar dit model van pas komt
Bedoeld voor opleidingen geneeskunde, fysiotherapie, ergotherapie en orthopedie. Bij onderwijs over rotator cuffpathologie, scapulaire dyskinesie, scapulafracturen en de biomechanica van de schoudergordel vormt het losse bot een directe referentie. De clavicula (Erler Zimmer 3085) en humerus (3083) zijn verkrijgbaar voor de complete schouderconstellatie.
Scapulaire dyskinesie
Scapulaire dyskinesie, een verstoring van het normale bewegingspatroon van de schouderblad tijdens armbewegingen, is een belangrijk concept in de schoudertherapie. Een correct functionerende scapula moet tijdens een armelevatie roteren, kantelen en glijden over de thoracale wand in een gecoördineerd patroon. Op het losse scapulamodel wordt zichtbaar hoe de mediale rand, het inferieure hoek en het acromion zich verhouden tot deze bewegingen. Voor sportfysiotherapeuten die werpers of zwemmers behandelen ondersteunt het bot de uitleg over rehabilitatie van de scapulastabilisatoren.














