Schedel wilde kat, Felis silvestris
De Erler Zimmer VET2060 toont een schedelreplica van een Europese wilde kat (Felis silvestris), de wilde voorouder en verwante van de huiskat. De felide schedel is bijzonder, met grote orbita, korte snuit en een typische carnivore dentitie die de kat als hyperkarnivoor (uitsluitend op vleesvoeding) kenmerkt.
Felide schedelmorfologie
De schedel toont de typische korte snuit van een kat, met grote oogkassen die de positie van de ogen frontaal mogelijk maken voor diepte-zicht en jachtprestatie. De zygomatische bogen zijn breed en sterk, passend bij de krachtige kauwspieren. De dentitie omvat de gereduceerde 30 tanden van het felide gebit (vergeleken met de 42 van een hond): 12 incisivi, 4 caninen die opvallend groot en scherp zijn, 10 premolaren en 4 molaren, met de prominente carnassiale tanden (P4 boven, M1 onder) waarmee vlees scherp doorgesneden kan worden. Anders dan herbivoren zijn de molaren niet plat maar scherp met snijvlakken. De wilde kat is iets groter en robuuster dan de huiskat, maar morfologisch sterk verwant.
Onderwijscontext
De schedel wordt gebruikt in opleidingen biologie, dierwetenschappen, vergelijkende anatomie, ornithologie/zoölogie en in archeologische opleidingen. In opleidingen verheldert hij de typische felide aanpassingen aan een hyperkarnivoor dieet en vergelijkt hij met de hondenschedels (VET2015, VET2020) die als omnivoor-tendenten een ander gebit tonen. In archeologisch onderwijs ondersteunt hij determinatie van fossiele kattenresten naast die van honden en wolven. Voor wildlife-conservatieve scholing biedt hij houvast bij identificatie van wildkat-resten in natuurmonitoring, een soort die in delen van Europa zeldzaam en beschermd is. Voor de gedomesticeerde tegenhanger biedt het assortiment de Felis catus-schedel (VET3090).












