Schedel tamme gans, Anser sp.
De Erler Zimmer VET2065 toont een schedelreplica van een tamme gans (Anser spec.). De ganzenschedel is een goed voorbeeld van een aviaire schedel met aanpassingen voor watervogel-leefwijze: een platte, langwerpige snavel voor het filteren en grazen, grote oogkassen en een lichtgewicht botstructuur.
Watervogelschedel met platte snavel
De schedel toont een lange platte snavel met aan de rand fijne lamellen (alveoli rostri) die fungeren als filter bij voedselopname uit het water of bij het grazen op gras. De bovensnavel articuleert via de typische craniofaciale fissuur (kinetische schedel) met het craniale deel, een aviair kenmerk waarbij de bovensnavel licht beweegt onafhankelijk van het hoofd. De grote orbita aan weerszijden weerspiegelen het belang van zicht. Anders dan zoogdieren bezit de gans geen tanden; voedsel wordt gepelletteerd door de spierkracht van de pre-ventriculus en zandkristallen in de proventriculus en ventriculus. De pneumatische schedelbotten (gevuld met luchtholtes verbonden met de longen) verminderen het gewicht voor vlucht.
Toepassing in onderwijs
De schedel wordt gebruikt in opleidingen biologie, dierwetenschappen, ornithologie, agrarisch onderwijs en in vergelijkende anatomie. In opleidingen verheldert hij de aviaire aanpassingen aan watervogel-ecologie en pluimvee-anatomie. Bij dierenartsen die met pluimvee werken biedt het houvast bij oraal onderzoek, snavelpathologie (overgroei, snavelverwondingen) en de impact van bijtproblemen bij snavelaandoeningen. In archeologische opleidingen ondersteunt het determinatie van vogelresten naast zoogdier-resten. Voor andere aviaire schedels biedt het assortiment de raaf (VET2055) en kalkoen (VET2070), zodat verschillen tussen omnivore, carnivore en herbivore vogels in beeld komen.












