Platvoet, pes planus model
De Erler Zimmer M231 toont een platvoet (pes planus) met de typische verlaging van de mediale longitudinale voetboog. Het model maakt zichtbaar hoe de voetstand afwijkt van de normale opbouw: de mediale rand van de voet komt richting de grond en de talus migreert mediaal. Voor onderwijs over voetafwijkingen biedt het model een directe vergelijking met de normale voet.
Pes planus in beeld
De typische kenmerken van een platvoet zijn op het model herkenbaar: een verlaagde mediale longitudinale boog, plantaire convexiteit van de mediale voetrand, valgusstand van de calcaneus (heel valgus) en abductie van de voorvoet ten opzichte van de achtervoet. Het navicular zakt naar mediaal en plantair, een teken bekend als 'naviculardrop' en kwantificeerbaar bij klinisch onderzoek. De spring ligament (lig. calcaneonaviculare plantare) en de pees van de m. tibialis posterior, beide cruciaal in de boogondersteuning, zijn op het model herkenbaar als structuren die bij progressieve platvoet (PTTD: posterior tibial tendon dysfunction) hun functie verliezen.
Klinische context
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, podotherapie, fysiotherapie, manuele therapie, orthopedie en orthopedische schoentechniek voor uitleg over platvoet. Podotherapeuten en orthopedisch schoenmakers zetten het in bij patiëntvoorlichting over voetcorrigerende inlegzolen, ondersteunend schoeisel en oefentherapie. Bij PTTD-patiënten verheldert het waarom een specifieke peesfunctie verloren is gegaan en welke conservatieve of operatieve opties bestaan. In opleidingen kindergeneeskunde dient het bij uitleg over vlakke kindervoeten (fysiologisch versus pathologisch). In combinatie met de M230 (normale voet) en M232 (holvoet) ontstaat een complete vergelijkingsset voor voetafwijkingen.








