Osteopathische schedel 22-delig, anatomisch
Voor de osteopathische cranio-sacrale therapie is de individuele beweging van schedelbeenderen ten opzichte van elkaar een centraal concept. De Erler Zimmer 4701 is hierop afgestemd: een schedel waarvan alle 22 schedelbeenderen afzonderlijk los te halen zijn, in natuurlijke kleur uitgevoerd zoals een echte menselijke schedel.
Tweeentwintig schedelbeenderen los
De schedel valt uiteen in alle afzonderlijke beenderen: het os frontale, twee ossa parietalia, twee ossa temporalia, het os occipitale, het os sphenoidale, het os ethmoidale, twee maxillae, twee ossa zygomatica, twee ossa nasalia, twee ossa lacrimalia, twee ossa palatina, het vomer, twee conchae nasales inferiores, en de mandibula. Door deze opzet kunnen studenten de suturen tussen elke schedelbeenpaar individueel bestuderen, en de specifieke vorm van elk bot in handen nemen, een didactiek die in een gewone 3-delige schedel onmogelijk is.
Voor welke doelgroepen
In opleidingen osteopathie en cranio-sacrale therapie is dit het schedelmodel van keuze voor lessen over de individuele schedelbeenderen en de cranio-sacrale ritmische impuls. Voor specialistische manuele therapeuten en chiropractoren biedt het inzicht in de schedelmechanica. Voor de didactisch gekleurde uitvoering, met elk bot in een eigen kleur, is de Erler Zimmer 4708 beschikbaar.
Cranio-sacrale concepten
De cranio-sacrale ritmische impuls (CSRI) is binnen de cranio-sacrale therapie een centraal concept, gebaseerd op de aanname dat de schedelbeenderen subtiele ritmische bewegingen ten opzichte van elkaar maken. Hoewel het wetenschappelijke bewijs voor de CSRI beperkt is, blijft het in de osteopathische opleiding een leerstof. Op het 2tweedelig model kan elke schedelbeen apart worden bewogen, wat het concept tastbaar maakt voor cursisten.












