Lumbale wervelkolom + bekken + femurstompen
De Erler Zimmer 4045 voegt aan de lumbale wervelkolom met bekken (Erler Zimmer 4040) ook femorale stompen toe. Daardoor wordt niet alleen de spinopelvische verbinding (lumbale wervelkolombekken) zichtbaar, maar ook de pelvifemorale verbinding (bekken-heupgewricht). Het model is daarmee bij uitstek geschikt voor onderwijs over de combinatie van lage rugklachten en heuppathologie, een veelvoorkomend klinisch beeld.
Praktijktoepassing
De lumbale wervelkolom (L1 tot L5) met flexibele tussenwervelschijven sluit aan op het sacrum en os coccygis. Het bekken bevat beide hemipelves met de symphysis pubica en de sacro-iliacale gewrichten. Aan elk acetabulum is een proximale femurstomp bevestigd: femurkop, hals, trochanter major en trochanter minor zijn zichtbaar. Daardoor toont het model in één blik de hele krachtsoverdracht van de lumbale wervelkolom via het bekken naar de heupgewrichten.
In welke opleidingen
Bedoeld voor opleidingen fysiotherapie, manuele therapie, osteopathie, sportgeneeskunde en orthopedie. Bij gecombineerde lage rug- en heupklachten (zoals hip-spine syndrome) of bij onderwijs over de mechanische verbanden tussen heupartrose en lumbale houding, vormt het model een sterke didactische ondersteuning.
De keten van klacht naar oorzaak
Een patiënt met heupartrose ontwikkelt vaak compensatoire bewegingen die secundaire klachten in de lumbale wervelkolom veroorzaken: een verstijfde heup leidt tot meer flexie en rotatie in de wervelkolom bij elke stap. Andersom kan een lumbale hernia met pijn bij flexie ervoor zorgen dat de patiënt de heupen gaat ontzien, wat heupstijfheid bevordert. Op de Erler Zimmer 4045 wordt deze tweerichtingsverkeer zichtbaar en kan de behandelend arts uitleggen waarom een geïntegreerde behandeling van rug én heup soms nodig is.








