Heupgewricht met spieren, levensgroot
Heupklachten beperken zich zelden tot het gewricht zelf, omdat de musculatuur rondom een grote rol speelt bij de symptomen. De Erler Zimmer 4663 toont het heupgewricht op ware grootte met de spieren die in de heuppositie en heupbeweging een rol spelen.
De heupmusculatuur in lagen
Op het model zijn gemodelleerd: de bilspieren (m. gluteus maximus, medius, minimus) als heupextensors en abductors, de m. iliopsoas als belangrijkste heupbuiger met zijn aanhechting op de trochanter minor, en de adductoren (m. adductor magnus, longus, brevis) op de mediale zijde van het bovenbeen. De externe rotatoren (m. piriformis, mm. gemelli, m. obturator internus en externus, m. quadratus femoris) zijn herkenbaar tussen het sacrum en de trochanter major. Op de mediale zijde is de m. tensor fasciae latae met zijn iliotibiale tractus zichtbaar, een belangrijke structuur bij iliotibiaalbandsyndroom (runner's knee).
Waar dit model van pas komt
Orthopeden, sportartsen en fysiotherapeuten gebruiken het model bij voorlichting over heupartrose, M. piriformissyndroom, iliotibiaalbandsyndroom en revalidatie na heupchirurgie. In opleidingen sportgeneeskunde en fysiotherapie ondersteunt het lessen over heupbiomechanica en bilbiomechanica. Voor een heupgewricht met alleen ligamenten is de Erler Zimmer 4553 beschikbaar.
Bij sportgerelateerde heupklachten
Heupklachten bij sporters omvatten een breed spectrum: m. iliopsoastendinopathie bij dansers, glutealtendinopathie bij hardlopers, m. piriformissyndroom met sciaticaachtige klachten, iliotibiaalbandsyndroom bij wielrenners. Voor sportartsen die deze patiënten zien biedt de Erler Zimmer 4663 met de gemodelleerde spieren visuele context bij voorlichting over de specifieke spier die betrokken is en de oefentherapie die nodig is.








