Hand met pezen, zenuwen en carpale tunnel
Carpaal tunnelsyndroom (CTS) is een van de meest voorkomende beklemmingsneuropathieën, met een prevalentie van 3-5% in de algemene bevolking en aanzienlijk hoger bij beroepen met repeterende handbelasting. De pathomechanica zit in compressie van de n. medianus in de carpale tunnel, een ruimte begrensd door de carpale botten en het ligamentum carpi transversum. De Erler Zimmer 6011 brengt deze complexe anatomie samen op één model.
Anatomie van de carpale tunnel
Op het model zijn de begrenzingen van de carpale tunnel zichtbaar: de carpale botten (scaphoideum, lunatum, capitatum, hamatum als de "vloer") en het ligamentum carpi transversum als "dak". Door deze tunnel lopen negen pezen (vier flexor digitorum superficialis, vier flexor digitorum profundus en de flexor pollicis longus) plus de n. medianus. De zenuwen extratunneliaal, n. ulnaris in het canalis Guyon en de n. radialis dorsaal, zijn herkenbaar. Bij CTS-diagnostiek en bij operatieve carpaletunnelrelease (CTR) is gedetailleerde kennis van deze structuren essentieel.
Waar dit model van pas komt
Handchirurgen, plastisch chirurgen en handtherapeuten zetten het model in bij voorlichting over CTS-diagnose en behandeling. Bedrijfsartsen die werken met RSI- en CTS-claims gebruiken het bij voorlichting over werkbelasting en preventie. In opleidingen handtherapie, ergonomie en arbeidsfysiotherapie biedt het concrete anatomische context. Voor verzekeringsartsen en UWV-keuringen die CTS-claims beoordelen vormt het anatomische onderbouwing.
Carpale tunnelrelease
Operatieve carpale tunnelrelease (CTR) wordt zowel open als endoscopisch uitgevoerd, met als doel decompressie van de n. medianus. Op de Erler Zimmer 6011 wordt zichtbaar waar precies de incisie wordt geplaatst en welke structuren worden ontzien. Voor handchirurgen biedt het preoperatieve patiëntvoorlichtingscontext.










