Foetusschedel, 30 weken
De foetale schedel is anatomisch fundamenteel anders dan de volwassen schedel: niet één hard geheel, maar zeven afzonderlijke beenderen verbonden door brede membraansuturen en zes fontanellen. Deze flexibiliteit is essentieel voor de baring, waarbij het hoofd door het kleine bekken moet kunnen passen. De Erler Zimmer 4519 toont deze foetale anatomie op een afgietsel van een foetusschedel uit de 30e week.
Foetale schedelanatomie
Op het model zijn de zes fontanellen herkenbaar: de fontanella anterior (de bekendste, ruitvormig op de kruin, sluit pas rond 18 maanden), de fontanella posterior (driehoekig, sluit rond 2-3 maanden na de geboorte), en de paarsgewijze fontanella sphenoidalis en mastoidalis. Tussen de schedelbeenderen lopen de brede sutura sagittalis, sutura coronalis, sutura lambdoidea en sutura squamosa. Het os frontale bestaat in deze fase nog uit twee helften, gescheiden door de sutura metopica die pas rond het tweede levensjaar volledig vergroeit.
Toepassing op de werkvloer
In opleidingen verloskunde en neonatologie ondersteunt het model onderwijs over de baringsmechaniek en de mogelijkheid van molding (overlapping van schedelbeenderen tijdens de baring). Pediatrie- en kindergeneeskundeopleidingen gebruiken het bij lessen over fontanelpalpatie als klinisch onderzoek (verhoogde druk bij hydrocephalus, dehydratie). In verloskundigenpraktijken en zwangerschapscursussen biedt het concrete uitleg over de aanpasbaarheid van het foetale hoofd. Voor een compleet foetaal skelet is de Erler Zimmer 2850 beschikbaar.
Bij baring en fontanelpalpatie
Direct na de geboorte palpeert de verloskundige of neonatoloog standaard de fontanellen om de schedelpositie en de ernst van eventuele molding te beoordelen. De fontanella anterior moet vlak zijn, bolt zij uit, dan is dat een teken van verhoogde intracraniële druk; valt zij in, dan kan dehydratie de oorzaak zijn. Op de Erler Zimmer 4519 zijn de fontanellen tastbaar en kunnen verloskundigen in opleiding palpatievaardigheid oefenen.








