Bekken van een kind (5 jaar oud)
De Erler Zimmer 4051 toont een bekken van een vijfjarig kind. Op deze leeftijd is het bekken anatomisch wezenlijk anders dan dat van een volwassene: de drie beenderen die samen het os coxae vormen, ilium, ischium en pubis, zijn nog niet vergroeid en worden nog gescheiden door kraakbenige delen die pas rond de puberteit (gemiddeld 14 tot 16 jaar) volledig verbenen tot het volwassen os coxae.
In welke opleidingen
De drie afzonderlijke beenderen zijn duidelijk te onderscheiden:
- Ilium: het bovenste deel met crista iliaca en spina iliaca anterior superior
- Ischium: het onderste dorsale deel met de tuber ischiadicum
- Pubis: het ventrale deel met de symphysis pubica
De drie ontmoeten elkaar in het acetabulum, dat op deze leeftijd nog wordt gevormd door de kraakbenige Y-vormige groeiplaat (cartilago triradiata). De afmetingen en proporties zijn typisch voor een vijfjarige: relatief breder en platter dan een volwassen bekken. Het sacrum is op deze leeftijd ook nog niet volledig vergroeid.
Voor welke doelgroepen
Bedoeld voor opleidingen pediatrie, kindergeneeskunde, kinderorthopedie en kinderfysiotherapie. Bij onderwijs over kinderbekkenanatomie, heupdysplasie, M. Perthes en andere pediatrische heuppathologieën vormt het model een directe referentie. Ook bruikbaar in forensisch onderwijs over leeftijdsbepaling op basis van skeletontwikkeling.
Heupdysplasie en perthes
Bij kinderorthopedie zijn pediatrische heuppathologieën als heupdysplasie (DDH), de ziekte van Perthes en epifysiolysis capitis femoris specifieke aandachtspunten. Op een vijfjarig bekken is zichtbaar hoe de Y-vormige cartilago triradiata in het acetabulum nog niet vergroeid is, wat verklaart waarom DDH bij kinderen behandeld moet worden voordat de groeiplaten sluiten. Voor kinderfysiotherapeuten, kinderorthopeden en consultatiebureauartsen biedt het model concrete uitleg bij voorlichting aan ouders.










