Beenskelet met spiermarkering
Voor specifiek onderwijs over knie- en onderbeen-spierfunctie biedt een beenmodel zonder bekken vaak voldoende didactische context. De Erler Zimmer 6071 toont de complete spieraanhechtingen van het femur tot de voet, zonder de heupcontext.
Knie- en onderbeenmusculatuur
Op het femur zijn aanhechtingen zichtbaar van de quadriceps femoris (vier koppen die op de patella aanhechten via de pees), de hamstrings (mediaal: m. semimembranosus en m. semitendinosus; lateraal: m. biceps femoris) en de adductoren. Op de tibia hechten quadriceps via het ligamentum patellae aan op de tuberositas tibiae, plus het pes anserinus mediaal (m. sartorius, gracilis, semitendinosus). Op de fibula hecht de m. biceps femoris aan op de fibulakop. Op het distale onderbeen zijn de aanhechtingen van m. tibialis anterior, m. peroneus longus en brevis, m. soleus en m. gastrocnemius zichtbaar.
Waar dit model van pas komt
Voor sportgeneeskundige opleidingen die specifiek knie- en onderbeen-pathologie behandelen biedt het model didactische focus. Sportfysiotherapeuten gebruiken het bij voorlichting aan hardlopers met onderbeenklachten zoals shin splints (medial tibial stress syndrome), achillespeestendinopathie of compartimentsyndroom. In opleidingen sportverzorging en personal training ondersteunt het lessen over gerichte spierversterking. Voor de uitvoering met bekken is de Erler Zimmer 6070 beschikbaar.
Bij hardlopers
Hardlopers krijgen vaak te maken met overbelastingsletsels op specifieke locaties: shin splints (medial tibial stress syndrome) ter hoogte van de tibialis posterior-aanhechting, achillespeestendinopathie ter hoogte van de calcaneus, of m. iliotibiale-band syndroom (runners knee) lateraal aan de knie. Op de Erler Zimmer 6071 zijn al deze locaties direct herkenbaar voor concrete patiëntvoorlichting bij hardloopgerelateerde klachten.








