Beenskelet met halve bekken en spiermarkering
De spierfunctie van de onderste extremiteit is complex: spiergroepen werken in groepen samen rondom multiple articulaties. De Erler Zimmer 6070 brengt op het beenskelet met hemipelvis de aanhechtingen van alle relevante spieren in beeld.
Spiercodering op de complete keten
Op het bekken zijn de aanhechtingen zichtbaar van de heupextensoren (m. gluteus maximus op de tuber ischiadicum-regio), heupabductoren (mm. gluteus medius en minimus op de crista iliaca) en heupbuigers (m. iliopsoas-aanhechting op de trochanter minor zichtbaar via het acetabulum). Op het femur zijn de aanhechtingen van de adductorengroep en de quadriceps-origo zichtbaar. Op de patella en het ligamentum patellae komt de quadricepspees uit. Op de tibia hechten zowel quadriceps (via patellaligament) als hamstrings aan, plus de m. tibialis anterior. Op de calcaneus is de aanhechting van de achillespees herkenbaar.
Voor welke doelgroepen
Sportartsen en sportfysiotherapeuten gebruiken het model bij voorlichting over spier-overbelasting, oefentherapie en revalidatie. Bij personal trainers en hardloopcoaches biedt het concrete uitleg bij training-programma's. In opleidingen sportgeneeskunde en bewegingswetenschap biedt het didactische diepte over functionele anatomie van de complete onderste keten.
Voor revalidatie na heupoperatie
Na een totale heupartroplastiek volgen patiënten een gestructureerd revalidatieprogramma waarin specifieke spiergroepen worden versterkt: de m. gluteus maximus voor heupextensie en de m. gluteus medius voor abductie en stabilisatie. Op de Erler Zimmer 6070 zijn deze spiergroepen direct herkenbaar als de relevante aanhechtingspunten. Voor patiëntmotivatie biedt het zicht op de te trainen spier een concrete reden om de oefentherapie vol te houden.








