Beenskelet met halve bekken
De heup is anatomisch geen eindpunt van het been maar een schakel tussen het been en de bekkenring. De Erler Zimmer 6068 voegt aan het complete beenskelet de hemipelvis toe, waardoor het heupgewricht in zijn anatomische context zichtbaar wordt.
De heup in zijn context
De hemipelvis (één helft van het bekken: ilium, ischium, pubis verenigd) toont de complete buitenkant van het bekken aan één zijde, met het acetabulum als de gewrichtskom waarin de femurkop articuleert. Aan de bovenkant is de crista iliaca zichtbaar met de spina iliaca anterior superior (SIAS), aan de onderkant het tuber ischiadicum. Voor onderwijs over heupbiomechanica, heupartrose en de gangbare heuparthroplastiek-procedures biedt deze anatomische context essentiële didactiek.
Voor welke doelgroepen
Orthopeden gebruiken het model bij voorlichting over heupchirurgie, met name de relatie tussen acetabulaire cup-positionering en kinematica van het hele been. Sportartsen en sportfysiotherapeuten zetten het in bij gesprekken over heupimpingement (FAI), waarbij subtiele afwijkingen op acetabulair of femoraal niveau invloed hebben op het complete been. In opleidingen orthopedie en sportgeneeskunde biedt het didactische integratie van bekken en been.
Voor heupchirurgische voorlichting
Bij voorlichting voorafgaand aan een totale heupartroplastiek (THA) is gedetailleerde uitleg over de operatie waardevol voor patiëntparticipatie. Op de Erler Zimmer 6068 kan de chirurg of fysiotherapeut tonen welke benadering wordt gebruikt (anterior, lateraal, posterolateraal), waar de incisie zal komen, en welke spieren bij de toegang doorkruist of gespaard worden. Voor revalidatie-instructie post-operatief biedt het concrete demonstratie van bewegingsrestricties.








