Baarmoedermodel, anatomisch
De Erler Zimmer L261 toont de uterus met aangrenzende ovaria en salpinges. Een gehalveerde sectie maakt het cavum uteri en de wandlagen zichtbaar, terwijl de ovaria en eileiders aan weerszijden de complete inwendige geslachtsanatomie complementeren.
Uterusanatomie in detail
De uterus is gemodelleerd in anteversio-anteflexie met fundus, corpus, isthmus en cervix uteri. In de gehalveerde sectie zijn de drie wandlagen herkenbaar: het perimetrium (serosa), het myometrium (gladde spierlaag) en het endometrium (slijmvlies dat cyclisch verdikt en afstoot). Het cavum uteri en het canalis cervicis met het ostium uteri internum en externum zijn aangeduid. De salpinges (eileiders) zijn met hun vier delen weergegeven: pars uterina, isthmus, ampulla en infundibulum met fimbriae. De ovaria tonen aan de oppervlakte de typische follikulaire patronen van rijping, ovulatie en corpus luteum-vorming. De ligamenten tonen de anatomische ophanging.
Toepassing in onderwijs
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, gynaecologie, verloskunde, fertiliteit en bekkenfysiotherapie voor uitleg over de menstruatiecyclus, zwangerschap en gynaecologische pathologie. Gynaecologen zetten het in bij patiëntvoorlichting over fibromen, endometriose, polypen, abnormaal uterien bloedverlies en de werking van een spiraal (IUD). Bij fertiliteitsspreekuren ondersteunt het uitleg over implantatie, hysteroscopie en endometriumvoorbereiding. In bekkenfysiotherapie-opleidingen verheldert het de positie en ophanging van de uterus, relevant voor uterusprolaps. Voor uitgebreidere pathologie biedt het L262-model met meerdere ziektebeelden een aanvullende keuze.










