Armspieren, 7-delig
De Erler Zimmer M211 is een zevendelig anatomiemodel van de armspieren. Door de afneembare lagen kunnen oppervlakkige en diepe spieren afzonderlijk worden bestudeerd, samen met de begeleidende pezen, bloedvaten en zenuwen vanaf de schouder tot in de hand.
Spierlagen, vaten en zenuwen
Het model toont aan de proximale zijde de musculatuur rond de schouder en bovenarm: m. deltoideus, m. biceps brachii, m. triceps brachii, m. brachialis en m. coracobrachialis. In de onderarm zijn de oppervlakkige en diepe flexoren en extensoren herkenbaar (m. flexor carpi radialis en ulnaris, m. flexor digitorum superficialis en profundus, m. extensor digitorum, m. extensor carpi radialis longus en brevis, m. extensor carpi ulnaris, m. supinator, m. pronator teres en quadratus). De a. axillaris, a. brachialis, a. radialis en a. ulnaris lopen door het model. De n. medianus, n. ulnaris, n. radialis en n. musculocutaneus zijn aangezet, met hun typische verloop bij de elleboog (cubitale tunnel) en pols (carpale tunnel, kanaal van Guyon).
Onderwijscontext
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, fysiotherapie, manuele therapie, sportgeneeskunde, handtherapie, orthopedie en revalidatie voor uitleg over de armanatomie. Fysiotherapeuten en handtherapeuten zetten het in bij scholing over tenniselleboog, golferselleboog, supraspinatus-tendinose, biceps-pees-pathologie en complexe revalidatie na perifere zenuwletsels. In handchirurgieonderwijs verheldert het de relatie tussen pees- en zenuwverloop bij operatieve benadering. In sportgeneeskunde ondersteunt het uitleg over overbelastingsletsels van de bovenste extremiteit.










