Schouderartrose 4-fasen, vergelijkingsmodel
De Erler Zimmer M227 toont de progressie van schouderartrose in vier stadia naast elkaar. Het model maakt zichtbaar hoe het glenohumerale gewricht stap voor stap degenereert, vanaf een gezonde uitgangssituatie tot een eindstadium met ernstige kraakbeenverlies en osteofyten. De vergelijking tussen de vier stadia ondersteunt onderwijs en patiëntvoorlichting over OA-progressie.
Vier stadia OA-progressie
Stadium 1 toont een gezonde schouder met intact articulair kraakbeen op de humeruskop en het glenoid, een gladde gewrichtsspleet en goed afgebakende botcontouren. Stadium 2 toont initiële kraakbeendegeneratie, met lichte versmalling van de gewrichtsspleet en oppervlakkige fibrillatie van het kraakbeen. Stadium 3 toont gevorderde OA met duidelijke gewrichtsspleetvernauwing, focaal kraakbeenverlies, beginnende osteofyten en subchondrale sclerose. Stadium 4 toont end-stage OA met volledig kraakbeenverlies, prominente osteofyten op humeruskop en glenoid, subchondrale cysten en mogelijk superior migratie van de humeruskop bij rotator cuff-deficiëntie. De relatie met het labrum glenoidale en de cuff-pezen is op de modellen behouden.
Klinische context
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, orthopedie, fysiotherapie, manuele therapie, reumatologie en huisartsgeneeskunde voor uitleg over schouderartrose. Orthopedisch chirurgen zetten het in bij patiëntvoorlichting over conservatieve behandeling, intra-articulaire injecties en de keuze tussen totale schouderprothese en reverse-shoulderprothese. Fysiotherapeuten en manueel therapeuten gebruiken het bij scholing over functioneel verlies en bewegingsbeperking. In de huisartspraktijk en bij verzekeringsartsen ondersteunt het gesprekken bij claimbeoordeling van werkgerelateerde schouderklachten en arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen.








