Placentacirculatie
De Erler Zimmer G28 toont de placentacirculatie. In het model zijn de baarmoeder, de placenta en een foetus in late zwangerschap weergegeven, waarbij de bloedstromen via de navelstreng tussen moeder en foetus inzichtelijk zijn gemaakt. Maternale arteriën en venen die de placenta voeden en draineren zijn als reliëf op het model aangegeven.
Maternale en foetale circulatie
De spiraalarteriën van het myometrium leveren bloed aan de intervilleuze ruimten van de placenta, waar uitwisseling plaatsvindt met het foetale capillaire net van de chorionvilli. De foetale circulatie loopt via de twee aa. umbilicales naar de placenta en keert via de v. umbilicalis terug. De ductus venosus, de ductus arteriosus en het foramen ovale zijn als typische foetale shunts herkenbaar gemodelleerd, voor zover passend in de schaal. Het model toont zo zowel de plaats van uitwisseling als het foetale circulatieprincipe.
Toepassing in onderwijs
Het model wordt gebruikt in opleidingen verloskunde, gynaecologie, geneeskunde, kindergeneeskunde, neonatologie en kraamzorg voor het uitleggen van de uteroplacentaire bloedstroom en de overgang van foetale naar neonatale circulatie. Verloskundigen, gynaecologen en obstetrische verpleegkundigen gebruiken het bij patiëntvoorlichting over zwangerschap, placenta-insufficiëntie, intra-uteriene groeirestrictie en het navelstrengbeleid bij de geboorte. In combinatie met het foetale circulatiemodel G29 wordt de overgang van foetale naar volwassen circulatie didactisch helder.








