Foetale circulatie
De Erler Zimmer G29 toont de foetale circulatie. Het model brengt de drie kenmerkende foetale shunts in beeld: de ductus venosus, het foramen ovale en de ductus arteriosus. Daarmee wordt zichtbaar hoe het foetale bloed grotendeels langs de longen wordt geleid en de organen voorziet van zuurstof afkomstig uit de placenta in plaats van uit de eigen luchtwegen.
Drie foetale shunts in beeld
De v. umbilicalis voert zuurstofrijk bloed vanaf de placenta naar de foetale lever. Een groot deel passeert deze via de ductus venosus rechtstreeks naar de v. cava inferior. Vanuit het rechter atrium loopt het zuurstofrijke bloed via het foramen ovale naar het linker atrium en de aorta. Bloed dat wel de rechter kamer en truncus pulmonalis bereikt, wordt grotendeels via de ductus arteriosus naar de aortaboog geshuntd, voorbij de niet-gebruikte longcirculatie. De aa. umbilicales transporteren zuurstofarm bloed terug naar de placenta. Kleurcodering ondersteunt het onderscheid tussen zuurstofrijk en zuurstofarm bloed.
Onderwijs en klinische context
Het model wordt gebruikt in opleidingen geneeskunde, kindergeneeskunde, neonatologie, verloskunde en cardiologie. Neonatologen en kindercardiologen zetten het in bij uitleg van persisterende ductus arteriosus, transitie naar postnatale circulatie en aangeboren hartafwijkingen. In de spreekkamer ondersteunt het gesprekken met ouders over patente foramen ovale of ductus-afwijkingen na een echocardiografie. In combinatie met het placentacirculatiemodel G28 wordt het didactisch verhaal compleet, van placenta naar foetale shunts tot postnataal hart.








